Het was vreemd om afscheid te nemen van al die lieve mensen in Nepal. Vijf maanden hebben we met hen samen geleefd en samen gewerkt. Het was een intensieve en leerzame tijd voor ons allemaal. En zo stapten wij met weemoedige gevoelens in het vliegtuig, terug naar Nederland. Verdrietig om het afscheid, blij om dierbaren mensen weer even te kunnen zien.
De overgang van Nepal naar ons moederland is nog groter dan van Zuid Afrika weer terug. Als we heel eerlijk zijn vonden we het verschrikkelijk. Keurig betegelde straten, rijtjes met nette huizen, overvolle winkels…We missen de geuren en kleuren van Nepal en de eenvoud van het leven daar.
Ons verblijf in Nederland is kort maar krachtig. We ontmoeten familie en vrienden en de brandweerbus mag weer uit de stalling. Die moet opnieuw ingericht worden met andere leermiddelen voor onze kinderen dan we mee hadden naar Afrika. En om dat te kunnen doen is het noodzakelijk om de opslag in te duiken en te gaan zoeken in alle dozen die daar nog staan. Dat is voor ons afzien, voor de kinderen een feestje. We hoeven tegenwoordig geen geld meer uit geven voor een dagje uit want naar de opslag gaan is één groot feest! Alle kratten met speelgoed worden uitgepakt en in de lange gang bewonderd en bekeken. De vloer in de opslag is perfect om te steppen en als de eigenaresse in de gaten heeft dat we weer eens een dagje bezig zijn tussen de rommel krijgen we er zelfs nog iets te drinken bij.
Natuurlijk ligt het materiaal wat ik zoek helemaal achterin in de allerlaatste doos. Voordeel is dat we de hele handel weer netjes en geordend terug kunnen zetten. 18m3 groot is de ruimte, niet zo veel voor een heel gezin zou je denken maar als je al die spullen weer in handen hebt gehad is het nog steeds te veel.
Onze laatste dag in Nederland brengen we door op de geitenboerderij waar we in het najaar twee maanden meegewerkt hebben.
Vanaf hier is het maar een klein stukje de grens over, Duitsland in.
We hebben besloten met de brandweerbus naar Spanje en Portugal te gaan om te onderzoeken of dat landen zijn waar we ons in de toekomst zouden willen vestigen. Aangezien ons busje niet zo hard kan zullen we zo veel mogelijk binnendoor wegen pakken en zoveel mogelijk de snelwegen vermijden. We zakken langzaam richting Zuiden. Een stukje door Duitsland, België, Luxemburg ( om te tanken en alle extra benzine jerrycans te vullen) en dan dwars door Frankrijk richting Bordeaux om zo de Pyreneeën te omzeilen. Met de Tomtom geprogrammeerd op de kortste route komen we op de meest wonderlijke plekken. Dat is leuk maar het schiet helemaal niet op. We programmeren nu dan maar op het vermijden van snelwegen. Dat gaat beter.
De eerste paar campings vinden we al erg duur, vaak meer dan 30 Euro, in het voorseizoen. We besluiten ook maar eens te proberen om op een speciale camperplek te gaan staan. Die zijn veelal gratis. En zo staan we ergens in Frankrijk, in een dorpje met heel veel kerkklokken, naast het kerkhof, onder een paraplu in de regen te koken. Het is primitief maar het werkt wel. We slapen er niet slechter door. Bij de meeste camperplekken is er wel een openbaar toilet in de buurt. Nadeel is alleen dat die vaak ’s nachts op slot gaan. Maar zelfs daar hebben we iets op gevonden. Een emmer met een dubbele zak erin, achter de achterbank in de bus werkt in dit soort gevallen ook. Een afvalcontainer is overal wel te vinden.
We rijden dagen achter elkaar door. Het weer is slecht en koud. Geen lolletje om buiten op een camping te zitten. Via een heel handige app met veel luisterboeken hebben we de boekenreeks van de ‘ grijze jager’ ontdekt. Die bestaat uit een stuk of 11 boeken die allemaal 8 à 10 uur duren. Rijden was nog nooit zo leuk. Ook wij luisteren met plezier mee. En zo bereiken we binnen nog geen week de Spaanse grens!
Hier gaan we eerst maar eens uitrusten in de zon, aan zee. De jongens moeten en zullen zwemmen dus bibberend van de kou komen ze de zee weer uit. We ontmoeten veel Nederlanders op deze camping en krijgen veel opgestoken duimen voor onze brandweerbus met daktenten. Tussen al die spierwitte mega campers van de pensionados ( niet lelijk bedoeld) vallen wij met ons rode gevaarte wel op. Dat blijkt ook als we midden in Salamanca dicht bij een brug geparkeerd staan. Het is bloedje heet. We zijn niet de enige campers hier. Er is veel verkeer op de brug. Niet alleen van gemotoriseerde voertuigen maar vooral ook van wandelaars. En al die mensen kijken verbaast naar beneden als ze daar onze bus met uitgeklapte tenten zien staan. Er worden bewonderende dingen geroepen waar we geen klap van verstaan en er worden eindeloos veel foto’s gemaakt. We zijn de attractie van de dag.
Die avond gaat het Spaanse leven nog lang door. Het is goed te merken dat de mensen hier een ander leefritme hebben.
We komen ook op heel bijzondere plekken om te overnachten. In een park, net buiten een dorpje vinden we een mooie plek. Het is geen officiële camperplek maar een gedoogplaats. Als de politie langskomt voor een contrôle rondje, vragen we netjes toestemming om daar te mogen staan. Het is geen enkel probleem. De jongens vermaken zich er uitstekend. Het enige nadeel zijn de pluizen van bomen die overal rond dwarrelen en de wereld eruit laten zien als een winterlandschap. En dat bij 27 graden.
Inmiddels verblijven we op een mooie kleine camping midden in de natuur. Er stroomt een riviertje langs waar de kinderen al uren aan het vissen en zwemmen zijn. Over een paar dagen zullen we Portugal in gaan om later via de Algarve weer terug te keren naar Spanje.
Het plaatje van wat we in de toekomst willen is inmiddels zo duidelijk dat we gloeien van enthousiasme om daarmee te beginnen. In Nepal zijn we op het spoor gekomen van een bijzonder product waarmee we graag aan de slag zouden willen gaan. Daarover in een volgend blog bericht meer.
