‘Het leven is een feest’

‘ Het leven is een ceremonie in zichzelf, waard om met een ceremonie gevierd te worden’

ANGAANGAQ, sjamaan uit Groenland

Ik vind het boek op een kleine camping waar het door andere lezers is achtergelaten. Het zit vol stof als ik het op pak. De titel van het boek is: ‘Smelt het ijs in je hart!’
Het lijkt niet zomaar op ons pad te komen. De boodschappen die door deze sjamaan gegeven worden raken me. Ik lees het boek in één dag uit en de dag erna is ook Paul aangedaan door wat hij leest.
De afgelopen weken zijn pittig geweest. Pittig in de zin van dat we zoekende zijn naar onze plek maar tegelijkertijd de mogelijkheden zien verdwijnen.

‘ We zijn mensen, we doen van alles. Maar we hebben een bestemming. Daarom moeten we goed op onszelf letten, om zeker te stellen dat we onze bestemming niet missen. Dat betekent dat ons, als de tijd er rijp voor is, precies datgene te doen staat waarvoor we bestemd zijn. De ceremoniën stellen je in staat om in alle situaties in je leven je eigen waarheid te vinden. Ze maken het je mogelijk je leven te vieren als een feest dat het waard is gevierd te worden. Ga fier door het leven!’

We rechten onze rug, verwelkomen in alle vroegte de zon en begroeten het leven. We zijn teveel in ons hoofd geschoten de afgelopen tijd. Dan ga je je afvragen wat je bestemming nou eigenlijk is. Wat goed is en wat niet, hoe en waar je verder moet. Dan vergeet je om je hart te blijven volgen en te doen wat je doen moet. Dan trek je je als het ware terug om in je eigen vragen en zorgen te blijven ronddwalen.
De woorden van de sjamaan helpen ons om ons denken weer met ons hart te verbinden. En op dat punt staan we nu. Vol vertrouwen, we vieren het leven als een feest, genieten van kleine dingen en zijn dankbaar voor alles wat ons omringd en de ontmoetingen die we hebben. Maar ook dankbaar voor de moeilijke momenten waarop we nog beter leren fier en rechtop door het leven te gaan, en het leven te zien als een ceremonie, die het waard is om met een ceremonie gevierd te worden!

Heet, heter, heetst

Het is nog niet eens zo lang geleden dat we de kruiken opzochten om het ’s nachts een beetje warm te krijgen. Naarmate we zuidelijker komen verlangen we soms steeds meer naar een koud water zak vol ijsklontjes. We hebben geen airco in de brandweerbus maar een open raam waait gelukkig een lekker windje naar binnen tijdens het rijden. Op de parkeerplaatsen waar we onderweg picknicken schroeien we weg.
We naderen Portugal en gaan in de buurt van Portalegre de grens over. In het plaatsje Marvão zou een gratis camperplek moeten zijn met een geweldig uitzicht. Het kost ons busje moeite om boven te komen maar eenmaal op de top is er inderdaad een prachtig uitzicht. Er staan aardig wat campers, waaronder een Nederlander die even later komt vertellen dat je hier sinds kort niet meer mag overnachten. De politie komt je uit bed halen en stuurt je weg. Dat lijkt ons niet zo’n prettige ervaring dus stappen we weer in en rijden we met een flink vaartje de berg weer af. Na wat zoeken stranden we uiteindelijk op een groot plein in een klein stadje waar iedereen in rep en roer is vanwege een voetbalwedstrijd. Auto’s met grote vlaggen rijden tuuterend rond. Het is al laat als we eindelijk ons tentje in kruipen. De volgende dag rijden we verder naar een schitterende plek aan een groot stuwmeer. Het krioelt er in het water van de grote karpers. We zien de jongens twee dagen lang haast niet terug. Uren en uren zijn ze aan het vissen met maiskorrels. De ene na de andere vis wordt gevangen en vervolgens weer vrijgelaten. We redden het net om er twee dagen te blijven staan met onze water voorraad. Dat is best jammer want voor een gratis plek is dit echt de meest mooie die we tot nu toe hebben meegemaakt.
We besluiten naar de Westkust te rijden. Daar staan we een nacht op een oersuffe camping maar daar kunnen we wel douchen, wassen en water tanken. Nu kunnen we er weer even tegen.
Wanneer we de volgende dag in een kustplaatje op een parkeerplaats aan zee staan te picknicken, en te overleggen of we hier vannacht zullen blijven, komt er een wit Nederlands busje de parkeerplaats opdraaien. Twee mensen en een klein hondje stappen uit en komen enthousiast naar ons toegelopen. Toen wisten we nog niet dat deze bijzondere ontmoeting nog een bijzonder staartje zou krijgen. We kletsen wat over wie we zijn en wat we doen en nadat de jongens zijn verwend met een zak chips vervolgen zij hun weg nog een stukje verder naar het Zuiden.
Wij kijken bij een camping hier in het dorp want die parkeerplaats voelt niet fijn genoeg om er te blijven staan. De camping is duur en we vinden het helemaal niks. Dan nog maar een stukkie verder naar het Zuiden.
Hier vinden we een camping die er vele malen beter uit ziet en er zit zowaar water in het zwembad! En terwijl we ons staan in te schrijven bij de receptie zien we iemand al zwaaiend en lachend aan komen lopen. Na de inschrijfprocedure worden we hartelijk ontvangen door Riet, Ton en Guus, de mensen die we eerder die dag op de parkeerplaats hadden ontmoet. We gaan meteen aan de borrel en hebben heerlijke uren met elkaar. Sinds die avond hebben wij een prachtig geschenk van Riet in de bus hangen. Een kunstwerk gemaakt van eucalyptus schors waar op staat: ‘De zee van tijd heeft het mooiste strand’.
We blijven de volgende dag hier en maken een wandeling naar het strand. En net als onze nieuwe vrienden vervolgen wij onze weg naar het zuidelijkste puntje van Portugal; Ponta de Sagres. Daar waaien we onze broek uit! Maar opnieuw komen we het witte Nederlandse busje hier tegen. De parkeerplaats waar we ons dan bevinden is door de harde wind niet geschikt om de daktenten uit te klappen dus ook nu volgen we de enthousiaste verhalen van Ton en Riet op over een soort Hippie camping midden in Lagos. We vinden het met puur geluk en toeval en strijken inderdaad neer op een heel bijzonder plekje. Er wonen hier mensen in allerlei verschillende onderkomens. Je kunt het nauwelijks omschrijven. Af en toe komt er een wiet geurtje langs en schalt er gezellige muziek uit de speakers bij een caravan. En daar tussen staan de gebruikelijke witte campers van mensen die hier één of een paar nachtjes blijven. De sfeer is gemoedelijk en iedereen mag hier zijn zoals hij is. Een prima plek dus.
We zoeken de volgende dag het strand op maar daar is het zo snoei druk dat we er na een klein uurtje alweer vertrekken. We eten wat op de camping en willen daarna nog langs een boulevard richting de haven lopen. Het gaat niet helemaal lekker onder in mijn rug en als Tobias struikelt en valt terwijl hij aan mijn hand loopt schiet er het helemaal in. Dat wordt niks meer met lopen. Ik strompel mee terug naar een supermarkt waar we een ijsje kopen. Dan maar weer terug naar de camping. Gelukkig hebben we nog een gezellige avond en kan ik mijn tent nog in komen.
We nemen afscheid van twee lieve mensen en een geweldig leuk hondje. Mensen komen niet zomaar op je pad en we hopen ze echt nog eens terug te zien!
In de buurt van Albufeira zoeken we een camperplek op van waaruit je zo naar het strand kunt lopen. De kust hier in de Algarve is echt prachtig maar het is ook behoorlijk toeristisch.
We hebben een afspraak met een Nederlands echtpaar dat al jaren in Portugal woont. We zijn uitgenodigd om eens te komen praten hoe het is om in Portugal te wonen en te werken. De kinderen duiken daar het zwembad in terwijl wij met een bakkie koffie een hoop informatie vergaren over Portugal. Het klinkt allemaal goed maar we zijn ook erg benieuwd naar Spanje. De verhalen verschillen per persoon. Er zijn mensen die Spanje fijner vinden maar ook heel veel mensen die duidelijk enthousiaster worden van Portugal. Smaken verschillen!

Een paar dagen later rijden we Spanje weer in. We overnachten zoveel mogelijk op gratis plekken en worden er al een kei in om zo min mogelijk uit te pakken en toch fatsoenlijk te kunnen koken.
Zo staan we in Huelva ergens op een parkeerplaats in de buurt van een museum. Het ziet er verlaten uit maar tot onze verrassing is het in de avond een komen en gaan van mensen.
Wanneer we de bekende stad Granada bereiken gaan we toch proberen het Al Hambra in te komen. Omdat het een wereld erfgoed betreft ,mogen er maar een beperkt aantal mensen per dag naar binnen. Het is al begin van de middag als wij er aan komen en de poort om binnen te komen is dicht. We mogen er vandaag niet meer in. Het is bloedje heet in de stad maar we lopen helemaal om het Al Hambra heen en verdwalen enigszins in de oude stad. Het is een mooie stad maar het wemelt er van de toeristen. Na een paar uurtjes lopen komen we bij de bus terug. We besluiten dat we morgen niet terug komen om naar binnen te gaan. Er hangt een behoorlijk prijskaartje aan.
We rijden naar Beznar waar we een prachtig plekje aan een groot stuwmeer vinden. De volgende dag gaan we in Motril boodschappen doen zodat we hier nog een paar nachtjes kunnen blijven. Maar helaas gooit een flinke storm roet in het eten. We kunnen niet anders dan deze mooie plek verlaten om een plek in de luwte te zoeken. We rijden langs de kust richting Almeria. Het is nou niet bepaalt het mooiste stukje van Spanje. Het landschap bestaat tot zover het oog reikt uit plastic kassen waar onze tomaten, paprika’s en andere groenten verbouwd worden. Overal vliegen stukken plastic door de lucht die door de harde wind afgereten worden. En er is niemand die de moeite neemt om het op te ruimen. We schrikken ervan. Het werk in de kassen moet afschuwelijk zijn. De hitte is hier buiten al enorm, in de kassen zal het haast onverdraaglijk moeten zijn.
We zoeken een camperplek op bij een beroemd cowboy dorp. Hier is Clint Eastwood ooit bezig geweest als cowboy in een spannende Western. We zijn moe en besluiten hier de volgende dag te blijven staan en lekker te keuvelen. Wasje draaien, douchen, handwas, dingen die zo af en toe moeten gebeuren.
We trekken verder naar een plek aan zee bij het plaatsje San Juan de los Ferreros, niet ver van Aguilas. We zien vanaf een afstandje de witte campers al staan. Het is een gratis plek aan het strand inclusief palmbomen. Echt een geschenk. Als we aan komen rijden zien we een oude blauwe Peugeot bus staan met een Nederlandse tekst op de zijkant. Nadat we de bus ergens hebben kunnen neerzetten, het is er behoorlijk vol, lopen we een stukje en maken we een praatje met de twee mensen die met deze bus rondreizen. Opnieuw wordt het een ontmoeting die we nooit zullen vergeten. Het wordt behoorlijk laat die eerste avond, zo gezellig zitten we te kletsen. Het is Pinksteren dit weekend dus we moeten de volgende dag in ieder geval flink water gaan kopen zodat we hier een paar dagen kunnen blijven staan. Dat water kopen was zo gepiept en opgewekt reden we richting Pulpi waar een enorme kristal te zien zou zijn. Wat we vonden was geen grot met een kristal dus besloten we maar terug naar ons plekje aan het strand te gaan. Maar dat pakte heel anders uit. Terwijl we de steile berg naar beneden rijden beginnen er opeens allerlei lampjes te knipperen in de bus. Paul zegt dat er iets niet goed gaat en kan met moeite nog het stuur bedienen. Zowel de stuurbekrachtiging als de rembekrachtiging zijn uitgevallen. Het lukt Paul om de bus uit te laten rollen op een piepklein parkeerplaatsje naast de weg. Daar staan we dan! Eerste maar eens de olie en de koelvloeistof checken. De motor van de bus zit binnen tussen de voorstoelen in en hij is nog loei heet. Eerst maar wachten dus. We doen de standaard dingen die we in Afrika ook al vaker moesten doen om de bus weer aan de praat te krijgen. Maar het helpt niks. Nadat we er al een paar uur staan komt er ineens een auto met Nederlanders vragen of ze iets voor ons kunnen doen. Wij hadden, omdat we geen andere oplossing wisten, de ANWB gebeld die ons telefoonnummers van garages had gegeven hier in de buurt en het nummer van een soort Spaanse ANWB. Die vrouw spreekt Spaans dus we vragen haar om naar die Spaanse ANWB te bellen. Dat duurt eindeloos. We zullen afgesleept moeten worden naar een garage die pas op dinsdag weer open gaat. Het is tenslotte pinksteren. Terwijl die mevrouw voor ons aan de telefoon hangt en probeert te vragen hoeveel dat afslepen gaat kosten brengt haar man mij terug naar de plek aan zee om onze nieuwe vriend van de Peugeot bus op te halen. Hij heeft zelf ook een oude bus, hopelijk weet hij er meer van. Gelukkig is Michel bereid mee te gaan. Zijn fiets gaat mee zodat hij ook weer terug komt.
Eenmaal terug bij de bus besluiten we, op advies van een Duitse meneer die vlak bij de plek woont waar wij gestrand zijn, om tot maandag hier te blijven staan en dan naar een garage te gaan in Pulpi. Dat ligt net in Andalucië en daar hebben ze geen tweede Pinksterdag. In Aguilas waar een andere goede garage zit vieren ze dat wel. Dat scheelt een dag wachten dus we besluiten dat maar te doen en ondertussen te kijken of we het probleem op kunnen lossen. Maar dat gaat vandaag helaas niet meer lukken. We geven het op.
We klappen de tenten uit, zetten een gevaren driehoek achter de bus en na een warme maaltijd duiken we de tent maar in.
De dag erna zien we allerlei mensen langsrijden en kijken, zelfs de politie, maar niemand stopt om te vragen of we wat nodig hebben. Behalve een Nederlands echtpaar dat deze maanden 100 meter verderop woont. We kunnen daar water halen en douchen als we dat willen. Een geweldig aanbod! Als we naar het toilet moeten duiken we de bosjes maar in, iets anders zit er niet in. In de middag appt Michel dat zij op de plek aan zee nieuwe buren hebben gekregen. Een jong Duits stel waarvan hij een automonteur is. Hij is bereid om ook even te komen kijken. Dat is goed nieuws! Vol goede moed maken we de motor weer vrij en wachten gespannen op de komst van Thomas. Helaas blijkt uren later dat de motor er nu helemaal geen zin meer in heeft. Hij wil zelfs niet meer starten. We zullen echt tot morgen moeten wachten.
En dan is het eindelijk maandagmorgen. Onze Duitse buurman heeft aangeboden om met Paul naar de garage in Pulpi te rijden om te vragen of zij ons kunnen helpen. De bus is er klaar voor. Gelukkig kunnen we daar terecht en zal de sleepdienst rond een uur of 11 komen.
De monteur komt, kijkt naar de motor, probeert te starten en begint heel ernstig te kijken. Hij wil hem wel meenemen om te kijken of hij nog iets kan doen maar de motor blokkeert en dat kan ook een teken zijn dat er helemaal niets meer aan te doen is.
Net als we met samengeknepen billen staan toe te kijken hoe onze bus op een klein autootje gehesen wordt stopt er nog een auto. Een Belgisch echtpaar stapt uit en vraagt of zij iets kunnen doen. En terwijl ik mijn tranen niet meer terug kan houden bij het idee dat ons huis op wielen niet meer te repareren is bieden zij heel lief aan dat we met hun mee kunnen komen. Zij verblijven in een appartement bij de grootste golfclub van Spanje, hier vlakbij. Er is een zwembad, de drankjes staan koud, de barbecue kan aan. Maar ondanks dat het erg verleidelijk klinkt willen we nu toch eerst mee naar de garage. De onzekerheid of de bus nog te maken is, is ondraaglijk.
Paul stapt in bij de afsleepwagen en de kinderen en ik kijken toe hoe de bus zwalkend en zwaaiend bovenop dat kleine autootje in de verte verdwijnt. Onze Duitse ‘buurman’ brengt ons ook naar de garage. Daar wordt de bus de garage ingereden en opnieuw bekeken. Omdat de sleepwagen scheef is gezet om de bus er af te kunnen laten rijden verandert er blijkbaar iets in de motor. In deze scheve stand start hij wel! De monteur geeft aan dat het waarschijnlijk de bobine is die stuk is. Nou denken wij, dat klinkt al stukken aangenamer dan dat de hele motor aan gort is. Maar tot onze verbazing gaat de sleepwagen weer omhoog en wordt onze bus naar buiten gereden waar hij op een enorme zandvlakte naast de garage wordt afgeladen. Ons monteurtje, want het is maar een klein mannetje, spreekt geen woord Engels en vertelt ons met een ernstig gezicht van alles in het Spaans. Tja, wij weten het ook niet. Afwachten maar. Later die dag komt hij terug met een hele schare andere monteurs bij zich. De bobine wordt eruit gehaald en zelfs de baas buigt zich nu over het probleem. Dan verdwijnt de hele ploeg weer en gaan wij uiteindelijk maar koken en niet veel later slapen.
We hebben echt geen idee hoe het verder zal gaan. Maar de volgende ochtend als Paul gaat vragen hoe nu verder blijkt dat de auto rond een uur of 11 opnieuw de garage in zal gaan. Vlug halen we wat spullen uit de bus zodat we buiten kunnen overleven vandaag. De hangmat hangen we onder een enorm reclamebord en de tafel en wat stoelen laten we ook op deze stoffige vlakte achter. Tot onze grote verbazing komt het Nederlandse echtpaar opnieuw even kijken hoe het met ons gaat. Ze bieden aan om ons op te komen halen zodat we in ieder geval even kunnen douchen. Dat klinkt zo heerlijk dat we afspreken dat we in de loop van de dag bellen zodat we opgehaald kunnen worden.
Dit keer komt de monteur met al het personeel terug. En met vereende krachten duwen ze de bus het hele eind naar de garage. En daar zitten we dan. In de bloedhete zon waartegen we ons nauwelijks kunnen beschermen in het opstuivende stof van de vrachtwagens die hier parkeren om aan de overkant naar het restaurant te gaan.
Ik zie op mijn telefoon dat dat restaurant wifi heeft maar ook dat het beveiligd is. Paul gaat een espresso drinken en vraagt, druk op de telefoon kijkend, naar het wachtwoord voor de wifi. Dat krijgt hij en even later kunnen we in ieder geval online om wat dingen uit te zoeken.
De dag gaat tergend langzaam voorbij. Af en toe lopen we eens naar binnen. De baas is nu zelf aan het sleutelen. Ze geloven toch niet dat het de bobine is, maar wat dan wel?
In de middag wordt er hier in Spanje siësta gehouden. Dan gaat alles uren lang dicht. Zo ook de autogarage. Als om een uur of vier de tent weer open gaat en wij maar weer eens gaan kijken zien we dat een van de leerlingen nu aan het sleutelen is. We begrijpen uit de gebarentaal en wat Spaanse kreten dat de carburateur schoongemaakt wordt en dat er straks nieuwe bougies geplaatst gaan worden. De verwachting is dat alles dan weer in orde is. Wij betwijfelen het. Om een uur of negen ’s avonds is het grote moment dan aangebroken. Doet hij het of doet hij het niet???
Als de motor wordt gestart spuit er allemaal benzine uit de carburateur…..Niet dus…
We hebben er helemaal genoeg van en zijn op. We hebben nog niks gegeten, de hele lange dag in de brandende zon op een parkeerplaats gehangen en we hebben nog steeds een bus die het niet doet. Douchen wordt vandaag ook niks meer.
We besluiten dan toch maar in het restaurant wat te gaan eten. Het is donker en er waait een straffe wind. We staan nu vlak voor de ingang van de garage maar koken is hier niet te doen.
Doodmoe ploffen we rond half twaalf in bed.
Een nieuwe dag met nieuwe kansen!
De mannen van de garage zijn er nu uit. Het moet de vlotter in de carburateur wel zijn. Paul en ik willen meteen het internet opduiken om internationaal te helpen zoeken naar een nieuwe vlotter. Als we vragen om de inlogcode van de wifi van de garage blijkt dat ze zelf het wachtwoord niet meer weten. Dan maar weer buiten in het stof zitten en zoeken. Net als we de hoop bijna opgeven komt de baas zelf vertellen dat ze er een hebben gevonden in een plaatsje 30 km verderop. Hij zal het vanmiddag gaan halen en dan hoopt hij dat de auto het met een nieuwe vlotter weer doet.
Wij bellen Peter en Elly op en vragen of ze ons willen komen halen. Paul haalt nog snel wat Glutenvrije pizza’s die we bij hun in de oven mogen stoppen.
We hebben echt een heerlijke dag. We douchen eindelijk het vieze stof van ons af en het zout van de zee. We eten heerlijk en de jongens worden verwend met lekkere drankjes en chips. De was is in een uurtje droog en fris en monter gaan we die avond terug naar de garage.
Trots vertelt de baas ons daar dat alles het weer doet!! Paul maakt een proefritje en inderdaad ronkt het busje weer als vanouds. Als we contant betalen gaat de BTW eraf. Dat lijkt ons wel wat maar dan moet ik eerst met de baas mee naar een pin automaat. Zo gezegd, zo gedaan. Ondertussen biedt Peter aan dat we bij hun op het terrein mogen staan die nacht en zo komt alles toch nog goed.

Eindelijk kunnen we terug naar ons plekje aan de zee. We gaan bij onze vrienden staan en vormen zo een klein kampement. We zijn er nog maar net als Manuel huilend komt aangerend. Er is iets in zijn hand gekomen. Ik zie dat de huid helemaal naar binnen getrokken is en er nog een klein pluimpje van iets uitsteekt. Als ik dat eruit trek blijft de huid naar binnen getrokken. Het kan haast niet anders dan dat er nog iets in zijn hand zit. Hij heeft er veel last van en kan zijn duim haast niet bewegen. De volgende dag is de hand helemaal dik en doet het bewegen van alle vingers zeer. Er zal dus toch nog iets in zitten. Dan maar een dokter opzoeken. De eerste huisartsenpost is dicht en bovendien ben je daar alleen welkom met een Spaanse tolk. We rijden door naar Aguilas en vragen bij een toeristen informatiepunt waar we het beste naartoe kunnen. We komen bij een soort ziekenhuis terecht waar het behoorlijk druk is. Niemand spreekt Engels dus het duurt een eeuwigheid voordat we eindelijk bij een arts zijn. Hij neemt ons mee naar een soort eerste hulp afdeling waar een onvriendelijke dame op Manuel zijn hand begint te duwen. Er komt wat pus uit maar er is geen splinter te zien. Volgens de mensen daar zit er niets meer in en kunnen we naar huis. Als het morgen nog zo is moeten we 30 km verderop naar een ziekenhuis. Manuel is er helemaal klaar mee want het geduw op zijn hand heeft hem flink pijn gedaan. We besluiten het maar even aan te zien en Manuel gaat lekker de zoute zee in.
De volgende dag ontmoeten we de vriendelijke Belgische mensen weer die bij het golfterrein verblijven. Deze meneer wil Paul en mij graag meenemen naar het golfterrein om ons te laten zien waar we kunnen gaan vragen of er misschien werk voor Paul te doen is. Er worden hier heel binnenkort nieuwe appartementen gebouwd en aangezien wij door het hele bus gebeuren veel geld kwijt zijn geraakt is het nodig om serieus op zoek te gaan naar werk. De jongens blijven achter in het kampement met een luisterboek en wij rijden gauw mee om het golf terrein te bekijken. De volgende dag pakken ook wij de hele handel in en rijden we opnieuw naar de plek waar onze bus ermee ophield. Dit keer rijden we de weg verder naar boven. Het is echt om te gillen. Tussen alle luxe hier tuffen wij rond met een ronkende en stinkende brandweerbus. Helaas wordt het niks met werken hier. We bezoeken Elly en Peter nog even en gaan dan nog één nachtje terug naar ons plekje aan zee. Onze andere ‘kamp’ bewoners zijn inmiddels verder getrokken in de richting van Portugal.
Wij trekken verder naar het meest toeristische gedeelte van Spanje. Onze eerste stop is in de buurt van Alicante. Er is een gratis camperplek vlak bij het vliegveld en direct aan zee. We zijn niet de enige Nederlanders. Er staat een oudere camper met twee mensen die hier op vakantie zijn en in Benidorm wonen. Het is een prima plek. De politie vind het goed dat we hier staan mits we geen kampeergedrag vertonen. Dat houdt in dat de tenten ingeklapt moeten worden overdag en dat er geen tafel met stoelen buiten mag staan. Wèl achter het hek die de parkeerplaats scheidt van het strand.
Als wij ’s avonds hebben gegeten komt de buurman uit Benidorm naar ons toe en nodigt ons uit om met hem mee te komen naar het centrum van Alicante. Daar wordt dit weekend het feest van St Juan, oftewel Sint Jan gevierd. Er zijn van piepschuim heel veel enorme poppen en bouwwerken gemaakt die nu al te bezichtigen zijn. Daar zeggen wij geen nee tegen! En zo zitten we even later bij deze meneer in de auto en krijgen we een rondleiding door de stad waar inderdaad grote mooie poppen, dieren en andere bouwsels te zien zijn. Wat zijn er toch vriendelijke mensen op deze wereld!
Diezelfde dag komt er ook nog een Nederlander naast ons staan waar we gezellig mee kletsen. Als hij hoort dat ik de jongens zelf de haren knip vraagt hij of ik hem misschien ook wil knippen. En zo knip ik de volgende morgen een vreemde meneer op een openbare parkeerplaats. Gelukkig maak ik er geen zooitje van op dat hoofd en kan deze meneer kort daarna gekortwiekt weer verder reizen.
Inmiddels hebben wij contact gemaakt met een Nederlandse dame die hier niet ver vandaan een camping runt. We zijn bij haar van harte welkom om vrijwilliger te worden in ruil voor een plek. Maar de komende weken is de camping nog dicht ivm haar vakantie. We hebben dus nog aardig wat tijd te overbruggen.
Daarom hebben wij het plan opgevat om richting Benidorm, Calpe te rijden om te zien of er daar misschien werk te vinden is. Als we de hoge gebouwen van Benidorm zien verschijnen en door de stad rijden zakt ons de moed in de schoenen. Wat een verschrikking en wat een drukte. We rijden wat rond en picknicken ergens aan de kant van de weg. We besluiten door te rijden richting Calpe om te zien of het daar beter is. Er zou daar een gratis camperplek moeten zijn maar als we daar aankomen staan er grote verbod borden. Er zit niets anders op dan een betaalde camperplek op te zoeken. Die vinden we ook. Het is een nare plek met héééeél veel regels.
Ook hier ontmoeten we weer hele vriendelijke Nederlanders. We zijn sprakeloos als zij aangeven iets voor ons te willen doen en deze overnachting voor ons te willen betalen.
De volgende dag bakken we een stapel gewone gluten pannenkoeken. We willen eens zien of we deze ergens op een parkeerplaats kunnen verkopen. Maar hoe lief we ook kijken en hoe goed we ook ons best doen, er is geen Spanjaard die naar ons omkijkt. Het is bloedheet en we zijn het helemaal zat. Paul eet de pannenkoeken zelf maar op en we rijden terug richting Benidorm. Op een hoger gelegen gedeelte van de stad is een enorme parkeerplaats. Daar mag je overnachten. We merken aan de kinderen dat ze op zijn. De ene ontploffing na de andere volgt. Ook wij zijn helemaal klaar met die drukte en al die mensen. En nadat we een uurtje op de parkeerplaats hebben staan zweten besluiten we terug te rijden naar zee bij Alicante. Dicht in de buurt van onze oude plek zou er nog een gratis camperplek moeten zijn. Daar zien we onszelf wel een aantal dagen staan. Helaas is de plek waar we op af koersen afgezet door de politie. Het wemelt overal van de mensen en even later begrijpen we ook waarom. We rijden namelijk terug naar ons oude stekkie en komen haast de parkeerplaats niet op, zo vol is het. Onze oude bekende buurtjes staan er nog gewoon en zij regelen dat er een auto van een Spanjaard ergens anders wordt geparkeerd zodat wij op ons oude stekkie terug kunnen. Het is feest in Alicante. Alle Spanjaarden komen deze avond naar het strand met tassen vol eten en hout. Als het begint te schemeren worden er over het hele strand vuurtjes gemaakt tot diep in de nacht. Ieder vrij plekje op de parkeerplaats is bezet door auto’s. We zijn helemaal ingebouwd. Het is echt wel leuk om te zien hoe al die honderden mensen zich rondom vuurtjes scharen en genieten. Die nacht is er een enorme vuurwerkshow in de stad. We knallen zo’n beetje ons bed uit. Ook in de nachten die volgen zijn er enorme vuurwerk explosies in de stad. We hebben inmiddels onze draai hier wel gevonden. De douchezak leggen we in de zon zodat we het zout en zand een beetje van ons af kunnen spoelen.
We hebben ons er ook maar bij neergelegd dat werken in Spanje haast onmogelijk is. De werkeloosheid is enorm hoog, de lonen laag. Daarnaast heb je een NIE nummer nodig, dat is een soort burgerservicenummer. Er zijn mensen die zeggen dat je dat zo kunt regelen, en anderen weer dat het maanden kan duren. We besluiten eerst maar eens een tijd bij Helga op de camping te gaan werken zodat we een fijne plek hebben en er weer rust en regelmaat in de dag kan komen. Ik ben druk bezig een boek te schrijven over onze reis door Afrika en hoop daar genoeg tijd voor te hebben op de camping. Het zou mooi zijn als we dat als e-book kunnen gaan verkopen.
Maar voordat we naar Helga kunnen hebben we nog wat dagen te gaan. We snakken inmiddels naar een douche en een plek waar we onze kleding kunnen wassen. Alles plakt van het zout en het zand. De kleding die we ’s morgens weer aantrekken staat zowat stijf van viezigheid. Het is tijd om hier te vertrekken. Manuels hand laat inmiddels een soort klein vulkaantje zien waar steeds duidelijker een zwart puntje tevoorschijn komt. Hij pulkt het wat open en de volgende dag steekt er genoeg van de stekel uit om hem met een pincet eruit te kunnen halen. We weten niet wat we zien als ik het uit zijn hand trek. Een dikke stekel van een palm van zeker 2 centimeter! Daar moet hij toch echt flink last van hebben gehad.
We rijden niet ver naar een mini camping, gerund door Nederlanders. Daar blijven we een aantal dagen. Er is een zwembad, het is er heerlijk rustig en er zijn heel aardige mensen.
Opgefrist en schoon rijden we naar het plaatsje Ibi waar wederom een gratis camperplek is. Er is weinig schaduw te vinden hier en de hitte is af en toe ondraaglijk. Maar ondanks de hitte halen Paul en ik de volgende dag de hele bus leeg en richten we hem opnieuw in. De leermiddelen die in de blauwe lades zaten gaan in een krat en de levensmiddelen gaan in de la. Dan kunnen we er makkelijker bij en zien we beter wat we nog hebben. De kratten met leermaterialen tillen we zo in en uit de bus en het meest gebruikte ligt zo voor het pakken.
We worden bij Helga hartelijk welkom geheten en plonzen meteen het zwembad in. Het is nu nog erg rustig. Over een paar dagen zullen de eerste gezinnen uit Nederland arriveren om hier vakantie te vieren. Zo hebben wij rustig de tijd om ingewerkt te worden. Meteen vanaf de eerste dag hanteren we een vast ritme. Paul, Jonathan en ik staan om zes uur op. Paul gaat dan pannenkoeken bakken voor het ontbijt en voor de lunch terwijl Jonathan en ik zo’n 3 km gaan lopen. Bij terugkomst is Paul zo’n beetje klaar en drinken we nog een bakkie koffie. Daarna gaat Paul aan het werk, meestal begint hij met het zwembad en volgen er nog genoeg andere schoonmaak of onderhoud klussen. IK verzorg het ontbijt voor de jongens en rond half tien beginnen wij met ‘school’. Tussen de middag heeft Paul zijn uren er op zitten, heb ik de douches en toiletten gepoetst en is er genoeg vrije tijd om te doen wat we willen. Meestal duiken de kinderen het zwembad in. De temperatuur ligt hier gemiddeld rond de 34 graden, oplopend tot 37 graden. Dan is een zwembad nog de enige manier om een beetje af te koelen.
Eens in de zoveel dagen pakken we de hele handel in om boodschappen te doen. Dat deden we van de week ook. We gingen naar de Lidl omdat dat een Walhalla voor Glutenvrije mensen is. Op alle prijskaartjes staat of het wel of niet glutenvrij is. Winkelen was nog nooit zo gemakkelijk!
De kinderen bewaken altijd de bus en luisteren naar een luisterboek. Toen we bij hen terug kwamen waren ze helemaal ontdaan. Er was net een medewerker van de winkel door een achterdeur naar buiten gekomen en had een hele lading groente en fruit en plantjes in de container gegooid! Toen Paul, nieuwsgierig als hij is, in de container ging kijken, viste hij er een perfecte meloen uit. Er zat nog geen plekje aan! Net toen we stonden te twijfelen of we nog eens zouden gaan kijken kwam er een auto aangereden die met zijn kontje naar achter naar de container reed en alle goede producten er uit haalde. We zijn geen zwervers die gedwongen zijn om te eten uit de afvalbakken maar dat er nog perfecte verse producten in een container belanden gaat ons toch echt een beetje te ver. Gelukkig zijn er mensen die het eruit halen en nog gebruiken. Jonathan heeft twee plantjes meegenomen en verzorgt ze hier met liefde!
De camping is inmiddels goed gevuld en er zijn genoeg kinderen om mee te spelen.

Voorlopig zitten we hier wel goed en nemen we de tijd om vol vertrouwen ons denken met ons hart te verbinden en te ontdekken waar ons pad verder gaat.

Een zaaier ging uit om te zaaien…

Een zaaier ging uit om te zaaien
Hij zaaide zo wijd als de wind
Zo wijd als de winden waaien
Waar niemand zijn oorsprong vindt

Een deel van het zaad ging verloren
Een deel van het zaad werd graan
Maar niemand weet van tevoren
De wegen die het zaad zal gaan.

Tekst: W.Barnard

‘ Veranderen is groeien’ schreef Confucius al eeuwen geleden.
En dat geldt zeker ook voor ons. Tijdens onze reis door Afrika ontdekten we steeds meer, dat niet alleen het onderwijssysteem in Nederland weerstand bij ons op riep maar ook, dat we ons een ander mens voelden nu we volledig vrij waren van alles. Vrij van spullen, bezittingen, vrij om ons leven vorm te geven zoals wij dat willen , zonder commentaar of oordelen van anderen. Vrij om in onze eigen stroom van het leven te staan en keuzes te maken.
Inmiddels is het zo’n anderhalf jaar geleden dat wij uit Nederland vertrokken. In die tijd hebben wij beter leren begrijpen waarom onze kinderen niet gedijen en gelukkig zijn in het onderwijssysteem. ( Daarover een andere keer meer). Ook is het beeld van wat we als gezin voor de toekomst willen steeds duidelijker geworden.
We zijn niet zo naïef om te denken, dat we de volledige vrijheid die we nu nog hebben, kunnen behouden. Ook weten we dondersgoed dat er geld nodig is om te voorzien in bepaalde basisbehoeften. En om geld te verdienen moet je nu eenmaal werk verrichten.
Daar hebben we ook niets op tegen. Sterker nog, we zouden dolgraag weer aan het werk willen op een manier, die niet alleen in onze eigen behoeften voorziet maar ook in de behoefte van anderen en zelfs in de behoefte van onze aarde.
Zelfvoorzienend zijn betekent, dat je zoveel mogelijk je eigen voedsel verbouwd, je zo min mogelijk gebruik maakt van fossiele brandstoffen. Voor ons zou het betekenen dat we zoveel mogelijk biologisch dynamisch zouden willen werken en gebruik zouden willen maken van permacultuur. Daarnaast willen we ons niet afzonderen in de eenzaamheid en op ons eigen eilandje zitten maar de producten die we maken ook willen delen met anderen.
En dat zien we ons niet in Nederland doen. Een warmer klimaat biedt andere mogelijkheden wat betreft de gewassen en bomen die je verbouwd.
Ook zouden we onze eigen kwaliteiten willen gebruiken in ons werk met anderen.

De wens die we twee jaar geleden hadden, om alles los te laten en naar Afrika te gaan, kwam natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen. Jaren hadden we ons leven vorm gegeven zoals het gebruikelijk en misschien ook wel gewenst is.
Het bezitten van een eigen huis, auto enz. maakt, dat je moet werken om het te kunnen behouden. Wanneer je kinderen op de wereld zet wordt er van je verwacht dat je ze op een bepaalde leeftijd naar school brengt zodat ze later als ‘volwaardige’ burgers een plek kunnen vinden in de maatschappij.
Naarmate de tijd verstreek en wij deel uit maakten van deze maatschappij ,voelden we ons steeds meer in een keurslijf zitten. We hadden niet het idee dat we de vrijheid zouden hebben om onze eigen keuzes te maken. En dat had vooral te maken met de leerplicht die onze kinderen was opgelegd. Ongetwijfeld zijn er heel veel kinderen die goed gedijen bij de vorm van onderwijs zoals die in Nederland aangeboden wordt. Maar wat als je ziet dat jouw kinderen daar helemaal niet in gedijen? En wat als je merkt dat je zelf steeds meer weerstand ontwikkeld tegen dit systeem en alle regels die ons worden opgelegd?
Voor ons kwamen een aantal dingen samen die ons deed besluiten om helemaal uit dat systeem te stappen en onze eigen weg te gaan.

Leven in waarachtigheid

Tja, nu vraag je je misschien af waarom we dit allemaal zo nodig willen?
We zien steeds meer om ons heen dat materialisme en egoïsme toenemen. Maar ook dat veel jonge mensen in de bloei van hun leven al burn out zijn. We zien op social media dat er mensen zijn die een filmpje maken van zichzelf terwijl zij online met anderen een spel spelen in een virtuele wereld, op die manier ‘in contact’ zijn en dat deze filmpjes blijkbaar enorm populair zijn. Het valt ons steeds meer op dat mensen elkaar nauwelijks nog echt ontmoeten , tegenover elkaar aan tafel zitten, beiden verdiept in hun telefoon.
Het zijn waarnemingen die ons aan het denken hebben gezet en de vraag hebben opgeleverd of wij dat willen voor onze kinderen en voor onszelf.
Het antwoord is nee. We hebben voor onszelf de keuze gemaakt dat we niet op die manier willen leven.
We wensen voor onze kinderen dat zij autonome vrije mensen worden die creatief zijn in hun denken en doen, die onbevangen een ander mens kunnen ontmoeten, die kennis hebben van de wereld, het leven en daarnaar kunnen handelen.Mensen die zorg kunnen dragen voor hetgeen hen omringd.

Ieder mens heeft kwaliteiten en ieder mens heeft dingen die hij of zij nog moet / mag / wil ontwikkelen. Het is een kunst om onbevangen naar iemand of een situatie te kijken. Te leven zonder oordelen is moeilijk omdat iedereen leeft vanuit zijn eigen perspectief. Toch is dat iets wat wij steeds meer proberen te doen.
Waarom?
Omdat we zien dat je pas echt iemand vrij kunt laten als je je eigen oordeel achterwegen laat. Dat betekent voor ons dat je je open stelt voor iemand zoals hij werkelijk is. Dat je respecteert dat iemand de dingen doet op zijn eigen manier èn dat iedereen vrij is om zijn eigen keuzes te maken.
Iemand in zijn waarde laten betekent voor ons dat je iemand niet hindert aan zijn individuele vaardigheden maar dat je probeert hem te stimuleren naar zijn mogelijkheden.
We hopen dit te kunnen voorleven voor onze kinderen.
Dat is niet iets wat we van de ene op de andere dag kunnen. Ook wij zijn in ontwikkeling.

Moringa Oleifera

In Nepal werd ons gevraagd een aantal potjes te vullen met aarde en compost om daar wat in te zaaien. We kregen grote zaden in handen en stopten die zorgvuldig één voor één in de vochtige aarde. De weken daarna gaven we de zaden steeds wat water opdat de aarde niet te droog zou worden. En na enige tijd zagen wij kleine boompjes verschijnen waarvan wij de kracht en mogelijkheden inmiddels goed hadden leren kennen.
Voor ons is de Moringa boom een soort toverboom. Alles is te gebruiken van deze snelgroeiende boom. Wortels, stam, bladeren, zaden en vruchten.
Een stukje informatie:
Moringa is een geneesplant die oorspronkelijk groeit in de tropen en subtropen. Hij kent vele medicinale werkzaamheden en een extreem hoge voedingswaarde. Het is een uitstekende bron van proteïnen, vitaminen, aminozuren, betaqcaroteen en allerlei polyfenolen.
De Moringa wordt ingezet bij: hart en vaatziekten, diabetes, leveraandoeningen, bacterie-infecties, schimmelinfecties, reumatische aandoeningen, bloedarmoede en maagzweren. Verder is het koortsdrijvend, remt het ontstekingen, heeft het antikankerkwaliteiten en verlaagt het de bloeddruk.
Moringa maakt dure supplementen overbodig. Het bevat zoveel voedingsstoffen dat het anemie of bloedarmoede kan genezen. Daarnaast heeft het bewezen dat het atherosclerose of aderverkalking kan tegen gaan. Elke dag Moringathee drinken of poeder gebruiken als voedingssupplement zorgt voor een betere gezondheid.

Doordat wij in Nepal een wat eenzijdig voedingspatroon hadden ontstonden er tekorten in ons eigen systeem. We werden moe en slap. Nadat we de thee van de Moringaboom een paar dagen hadden gedronken knapten we zienderogen op. En toen wisten we nog niet eens wàt we precies dronken. Daar zijn we ons in gaan verdiepen nadat we zelf ervaren hadden dat deze boom een zeer geneeskrachtige werking heeft.
Bij het zaaien van de zaden, bleken er meer zaden dan potjes te zijn. En zo namen wij een bijzondere schat mee terug naar Europa.

Omdat deze boom een goedkoop produceerbaar plantenextract betreft waarop geen patent is aan te vragen, is het voor de farmaceutische industrie niet interessant om hier onderzoek naar te doen. Er valt zo te zeggen geen winst uit te behalen. Wetenschappers hebben wel onderzoek gedaan naar de Moringa maar het ontbreekt hen aan geld om echt te bewijzen dat dit een zeer goed medicinaal product is.

Wij twijfelen er niet aan.
We zien het als een voorrecht om de zaaiers te mogen zijn die dit zaad gaan zaaien, dat we de oogst met anderen mogen delen, net zoals we hopen dat onze kinderen straks mogen oogsten en delen van hetgeen in hun hart geplant is.

Op naar Spanje, olé!

Het was vreemd om afscheid te nemen van al die lieve mensen in Nepal. Vijf maanden hebben we met hen samen geleefd en samen gewerkt. Het was een intensieve en leerzame tijd voor ons allemaal. En zo stapten wij met weemoedige gevoelens in het vliegtuig, terug naar Nederland. Verdrietig om het afscheid, blij om dierbaren mensen weer even te kunnen zien.

De overgang van Nepal naar ons moederland is nog groter dan van Zuid Afrika weer terug. Als we heel eerlijk zijn vonden we het verschrikkelijk. Keurig betegelde straten, rijtjes met nette huizen, overvolle winkels…We missen de geuren en kleuren van Nepal en de eenvoud van het leven daar.
Ons verblijf in Nederland is kort maar krachtig. We ontmoeten familie en vrienden en de brandweerbus mag weer uit de stalling. Die moet opnieuw ingericht worden met andere leermiddelen voor onze kinderen dan we mee hadden naar Afrika. En om dat te kunnen doen is het noodzakelijk om de opslag in te duiken en te gaan zoeken in alle dozen die daar nog staan. Dat is voor ons afzien, voor de kinderen een feestje. We hoeven tegenwoordig geen geld meer uit geven voor een dagje uit want naar de opslag gaan is één groot feest! Alle kratten met speelgoed worden uitgepakt en in de lange gang bewonderd en bekeken. De vloer in de opslag is perfect om te steppen en als de eigenaresse in de gaten heeft dat we weer eens een dagje bezig zijn tussen de rommel krijgen we er zelfs nog iets te drinken bij.
Natuurlijk ligt het materiaal wat ik zoek helemaal achterin in de allerlaatste doos. Voordeel is dat we de hele handel weer netjes en geordend terug kunnen zetten. 18m3 groot is de ruimte, niet zo veel voor een heel gezin zou je denken maar als je al die spullen weer in handen hebt gehad is het nog steeds te veel.
Onze laatste dag in Nederland brengen we door op de geitenboerderij waar we in het najaar twee maanden meegewerkt hebben.
Vanaf hier is het maar een klein stukje de grens over, Duitsland in.
We hebben besloten met de brandweerbus naar Spanje en Portugal te gaan om te onderzoeken of dat landen zijn waar we ons in de toekomst zouden willen vestigen. Aangezien ons busje niet zo hard kan zullen we zo veel mogelijk binnendoor wegen pakken en zoveel mogelijk de snelwegen vermijden. We zakken langzaam richting Zuiden. Een stukje door Duitsland, België, Luxemburg ( om te tanken en alle extra benzine jerrycans te vullen) en dan dwars door Frankrijk richting Bordeaux om zo de Pyreneeën te omzeilen. Met de Tomtom geprogrammeerd op de kortste route komen we op de meest wonderlijke plekken. Dat is leuk maar het schiet helemaal niet op. We programmeren nu dan maar op het vermijden van snelwegen. Dat gaat beter.
De eerste paar campings vinden we al erg duur, vaak meer dan 30 Euro, in het voorseizoen. We besluiten ook maar eens te proberen om op een speciale camperplek te gaan staan. Die zijn veelal gratis. En zo staan we ergens in Frankrijk, in een dorpje met heel veel kerkklokken, naast het kerkhof, onder een paraplu in de regen te koken. Het is primitief maar het werkt wel. We slapen er niet slechter door. Bij de meeste camperplekken is er wel een openbaar toilet in de buurt. Nadeel is alleen dat die vaak ’s nachts op slot gaan. Maar zelfs daar hebben we iets op gevonden. Een emmer met een dubbele zak erin, achter de achterbank in de bus werkt in dit soort gevallen ook. Een afvalcontainer is overal wel te vinden.
We rijden dagen achter elkaar door. Het weer is slecht en koud. Geen lolletje om buiten op een camping te zitten. Via een heel handige app met veel luisterboeken hebben we de boekenreeks van de ‘ grijze jager’ ontdekt. Die bestaat uit een stuk of 11 boeken die allemaal 8 à 10 uur duren. Rijden was nog nooit zo leuk. Ook wij luisteren met plezier mee. En zo bereiken we binnen nog geen week de Spaanse grens!
Hier gaan we eerst maar eens uitrusten in de zon, aan zee. De jongens moeten en zullen zwemmen dus bibberend van de kou komen ze de zee weer uit. We ontmoeten veel Nederlanders op deze camping en krijgen veel opgestoken duimen voor onze brandweerbus met daktenten. Tussen al die spierwitte mega campers van de pensionados ( niet lelijk bedoeld) vallen wij met ons rode gevaarte wel op. Dat blijkt ook als we midden in Salamanca dicht bij een brug geparkeerd staan. Het is bloedje heet. We zijn niet de enige campers hier. Er is veel verkeer op de brug. Niet alleen van gemotoriseerde voertuigen maar vooral ook van wandelaars. En al die mensen kijken verbaast naar beneden als ze daar onze bus met uitgeklapte tenten zien staan. Er worden bewonderende dingen geroepen waar we geen klap van verstaan en er worden eindeloos veel foto’s gemaakt. We zijn de attractie van de dag.
Die avond gaat het Spaanse leven nog lang door. Het is goed te merken dat de mensen hier een ander leefritme hebben.
We komen ook op heel bijzondere plekken om te overnachten. In een park, net buiten een dorpje vinden we een mooie plek. Het is geen officiële camperplek maar een gedoogplaats. Als de politie langskomt voor een contrôle rondje, vragen we netjes toestemming om daar te mogen staan. Het is geen enkel probleem. De jongens vermaken zich er uitstekend. Het enige nadeel zijn de pluizen van bomen die overal rond dwarrelen en de wereld eruit laten zien als een winterlandschap. En dat bij 27 graden.
Inmiddels verblijven we op een mooie kleine camping midden in de natuur. Er stroomt een riviertje langs waar de kinderen al uren aan het vissen en zwemmen zijn. Over een paar dagen zullen we Portugal in gaan om later via de Algarve weer terug te keren naar Spanje.
Het plaatje van wat we in de toekomst willen is inmiddels zo duidelijk dat we gloeien van enthousiasme om daarmee te beginnen. In Nepal zijn we op het spoor gekomen van een bijzonder product waarmee we graag aan de slag zouden willen gaan. Daarover in een volgend blog bericht meer.